Van moeten naar willen 

Ik heb al heel mijn leven lang een hekel aan het woord moeten. Als ik iets  moet van iemand, dan schiet ik meteen in de weerstand. Het begon vroeger al toen ik klein was. Mn bed opmaken, de tafel dekken, kamer opruimen, fiets binnen zetten, mijn bord leegeten. Allemaal logische dingen, maar als het me niet eens gevraagd werd, maar opgelegd, dan voelde ik de weerstand al vanuit mijn tenen omhoog stomen.

Ik herinner me nog goed dat ik op kamers ging en ik alles zelf kon bepalen, heerlijk! Ik bepaalde zelf wat en wanneer ik ging eten. Ik dronk cola om 10 uur sochtends en at elke avond chips. En als ik naar de stad ging, dan kwam ik pas de volgende ochtend thuis, zonder dat iemand daar iets over te zeggen had. Ik heb echt een enorm gevoel van vrijheid ervaren toen ik op mezelf ging en kan dat nog helemaal voelen als ik er aan denk. 

Toch was dat vrije gevoel er niet altijd. Want naast de eigen keuzes die ik nu maakte, bleef er toch altijd een stem aanwezig die vond dat ik andere keuzes had moeten maken. Waarom zat ik niet te studeren op momenten dat ik zat te lunchen met vriendinnen? Waarom werkte ik niet aan een studieopdracht als ik savonds naar Greys anatomy zat te kijken? In plaats van dat iemand anders me dingen oplegde, deed ik dit nu zelf. Als iemand aan me vroeg om iets te gaan doen, popten er meteen drie of vier dingen op die ik nog moest doen. Bij veel dingen die ik deed, was er altijd een schuldgevoel aanwezig om de dingen die ik niet deed. Naarmate er meer belangrijke mensen in mijn leven kwamen (partner en kinderen en zelfs mijn kat) richtte dat schuldgevoel zich ook op hen. Als ik iets voor mezelf ging doen, liet ik hen in de steek. Ook op werk voelde ik dit vaak. Als iemand aan me vroeg om iets uit te zoeken, op te pakken of een gesprek aan te gaan. Voelde ik daar meteen weer diezelfde weerstand bij. Met name op momenten dat ik al veel druk voelde. Moet dat ook nog? Wanneer dan? 

De omslag kwam toen ik me realiseerde dat ikzelf degene ben die al dat moeten oplegt. Ik voelde dit toen ik moeten ging vervangen door willen. Als ik denk aan alle dingen die ik moet, dan voelt dat alsof alles buiten mijzelf bepaald dat ik dat moet. Als ik denk aan alles dat ik wil, dan voel ik dat ik zelf het heft in eigen handen heb. Uiteindelijk ben ik zelf degene die verantwoordelijk is voor dat wat ik moet. Ik wil in dit huis wonen en dus wil ik daar de hypotheek voor betalen, ik wil graag mijn eigen geld verdienen en dus wil ik werken. Ik wil graag een goeie coach zijn en dus wil ik mezelf kenbaar maken aan de buitenwereld en mezelf blijven ontwikkelen in dit vak.

Om van moeten en willen te kunnen gaan, vraagt van mij dat ik weet waarom ik iets doe. Wat wil ik voor mezelf, wat wil ik in relatie met de mensen om me heen, wat wil ik in de toekomst? Hoe duidelijker ik weet wat ik wil, hoe makkelijker het is om keuzes te maken in wat ik ga doen. Ik wil graag iets betekenen voor anderen, hen laten zien dat je tot heel veel in staat bent (vaak meer dan je denkt). Dat jij zelf het heft in eigen handen hebt en dat je het niet alleen hoeft te doen in het leven. Dat is waarom ik coach en trainer ben. En dat is waarom ik  ook steeds de confrontatie met mezelf aan ga. Om te groeien als coach, zodat ik jou kan laten groeien. 

En dan nu de link met de kinderopvang:

Als je als leidinggevende of pedagogisch medewerker alleen maar het gevoel hebt dat je iets moet, dan werkt het meestal niet. Pas als je vanuit jezelf iets wil, dan werkt het. Nu is dit in het vak soms echt een uitdaging, omdat de organisatie waar je voor werkt vindt dat je dingen op een bepaalde manier moet doen. Des te belangrijker wordt 'het waarom'. Als je begrijpt waarom iets moet en je kunt begrijpen waarom dat moet, is het makkelijker om de switch te maken van moeten naar willen.